Voor aanvullende vergoeding van proceskosten langs weg van een zuiver schadebesluit is geen plaats
Staats- en Bestuursrecht, Ruimtelijke ordening.01-02-2012
Bij besluit van 29 april 2009 hebben B&W van Schermer een verzoek van [appellant sub 1] om schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.
Het college betoogt dat het ten onrechte door de rechtbank is veroordeeld tot betaling van een aanvullende vergoeding van € 10.000,00 in verband met de hoge omvang van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand die bij [appellant sub 1] zijn opgekomen in de beroepsprocedures met betrekking tot het dwangsombesluit. Daartoe voert het college aan dat de rechtbank hiermee het exclusieve karakter van [%WR Algemene wet bestuursrecht ART 8:75:artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht%] (hierna: de Awb) heeft miskend.
Dat betoog treft doel. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 17 oktober 2007 in zaak nr. 200700778/1, NJB 2007, 2095), moet uit de plaats en strekking van dit artikel worden afgeleid dat hiermee een exclusieve mogelijkheid aan de bestuursrechter wordt geboden om een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van een beroep heeft gemaakt. Voor zover aan het verzoek om schadevergoeding ten grondslag is gelegd dat in de onderscheiden beroepsprocedures door de rechtbank niet de volledige bedragen aan proceskosten voor vergoeding in aanmerking zijn gebracht, laat dat derhalve onverlet dat, gelet op de exclusieve regeling van de proceskostenveroordeling zoals neergelegd in [%WR Algemene wet bestuursrecht ART 8:75:artikel 8:75 van de Awb%] en het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Bpb), voor een aanvullende vergoeding van proceskosten langs de weg van een zuiver schadebesluit geen plaats is, zodat het college het verzoek in zoverre terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
Het college betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte voor de proceskosten in bezwaar en beroep met betrekking tot het schadebesluit een wegingsfactor 1,5 heeft gehanteerd. Daartoe voert het college aan dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die het toepassen van die wegingsfactor rechtvaardigen.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 24 november 2010 in zaak nr. 201002518/1/H3, LJN: BO4857), behoort de behandeling van een zaak in bezwaar en beroep in beginsel tot de categorie 'gemiddeld' met wegingsfactor 1, tenzij bijzondere omstandigheden rechtvaardigen om hiervan af te wijken. Van dergelijke omstandigheden is in dit geval niet gebleken. Derhalve heeft de rechtbank ten onrechte wegingsfactor 1,5 toegepast. Het betoog slaagt.
Bron: OpMaat_Omgevingsrecht
« Terug naar overzicht nieuws



