Sdu UitgeversScherp in Bestuursrecht linkedinScherp in Bestuursrecht twitterRSS Contact Home

Nieuws


Verslechterde veiligheidssituatie Afghanistan

Migratie en naturalisatie.
08-02-2012

Samenvatting De vreemdeling heeft ter staving van zijn betoog dat de veiligheidssituatie in Afghanistan is verslechterd de volgende documenten overgelegd: een rapport “Afghanistan Security Update Relating to Complementary Forms of Protection” van de United Nations High Commissioner for Refugees van 25 februari 2008, een grafiek van het Centre for strategic & international studies betreffende geweld in Afghanistan in 2006 en 2007, een brief van Amnesty International aan de staatssecretaris van Justitie van 16 oktober 2007, een pagina uit een rapport van 6 maart 2008 van de Verenigde Naties en een deel van een rapport van het United States Departement of State van 11 maart 2008. De rechtbank heeft overwogen dat voormelde documenten niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden omdat deze stukken zien op algemene landeninformatie en hieruit niet blijkt dat de vreemdeling persoonlijk in de negatieve belangstelling van de Taliban staat. De Afdeling begrijpt deze overweging van de rechtbank aldus dat de rechtbank van oordeel is dat op voorhand is uitgesloten dat hetgeen is vermeld in voormelde documenten, kan afdoen aan het besluit van 20 augustus 2003 en de overwegingen waarop dat berust. De omstandigheid dat voormelde documenten geen concrete informatie met betrekking tot de vreemdeling persoonlijk bevatten, staat evenwel niet in de weg aan het oordeel dat niet op voorhand is uitgesloten dat hetgeen daarin is vermeld, kan afdoen aan het besluit van 20 augustus 2003 en de overwegingen waarop dat berust. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, wordt iedere asielaanvraag beoordeeld in het licht van hetgeen over de algehele situatie en in het bijzonder de mensenrechtensituatie in het land van herkomst bekend is (5 oktober 2007 nr. 200702648/1). De rechtbank heeft dit niet onderkend. Uit voormelde documenten volgt dat de algehele veiligheidssituatie in Afghanistan ten tijde van belang is verslechterd ten opzichte van de situatie ten tijde van het besluit van 20 augustus 2003. Dit brengt met zich dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat hetgeen aan de opvolgende aanvraag ten grondslag is gelegd kan afdoen aan het eerdere besluit. Het besluit van 1 december 2008 kan worden getoetst, voor zover deze veranderde omstandigheid daartoe noopt. Hoger beroep kennelijk gegrond. De vreemdeling heeft aangevoerd dat zich in de provincie waar hij vandaan komt, Nangarhar, een gewapend binnenlands conflict voordoet waardoor zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling geen geslaagd beroep kan doen op artikel 15, aanhef en onder c van de richtlijn, zodat de vreemdeling op deze grond geen aanspraak op bescherming kan ontlenen aan artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De minister heeft hierbij verwezen naar de uitspraken van de Afdeling van 22 februari 2010 (nr. 200910004/1/V2) en van 12 maart 2010 (nr. 200909252/1/V2). Uit de hiervoor vermelde documenten, in onderlinge samenhang bezien, kan niet worden afgeleid dat de mate van willekeurig geweld in het kader van het door de vreemdeling gestelde binnenlandse gewapende conflict in de provincie Nangarhar ten tijde van de totstandkoming van het besluit van 1 december 2008 dermate hoog was dat zwaarwegende gronden bestonden om aan te nemen dat een burger, louter door zijn aanwezigheid aldaar, op dat moment een reëel risico liep op ernstige schade. Derhalve biedt het aldus aangevoerde geen grond voor het oordeel dat het in voormeld besluit besloten liggende standpunt van de minister - dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zich in de provincie Nangarhar de situatie voordeed, beschreven in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, en hij op die grond evenmin aanspraak op bescherming kan ontlenen aan artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 - de toetsing in rechte niet kan doorstaan. De beroepsgrond faalt. Volledig bericht Rechtspraak – LJN: BV1578
 (Bron: Nieuwsberichten Migratierecht.nl 2012/117)


« Terug naar overzicht nieuws

Nieuwsbrief

Vul hieronder uw e-mailadres in en wij informeren u over de ontwikkelingen op ScherpinBestuursrecht.

      Social Media

Image3
                                                       Scherp in Bestuursrecht

Image1

Image2

OpMaat_Mobiel
app met de Nederlandse wet- en regelgeving


Tip van de maand

Bestuursrecht en ICT   
 
Image8