Sdu UitgeversScherp in Bestuursrecht linkedinScherp in Bestuursrecht twitterRSS Contact Home

Nieuws


Verlies van rechten ontleend aan Besluit 1/80

Migratie en naturalisatie.
16-02-2012

Rechtbank ’s-Gravenhage 27 januari 2012, 10/39130, LJN: BV2654 De vader van eiser heeft de Turkse nationaliteit en heeft gedurende meer dan drie jaar legale arbeid verricht in Nederland. Eiser heeft onafgebroken in Nederland gewoond vanaf zijn geboorte tot aan zijn vertrek naar Turkije op vijftienjarige leeftijd. Niet is in geschil dat eiser in deze periode, als gezinslid van een Turkse werknemer, rechten kon ontlenen aan artikel 7 van Besluit 1/80. Na een verblijf van ruim zevenenhalf jaar in Turkije is eiser Nederland weer ingereisd en heeft hij hier te lande meerdere verblijfsprocedures gevoerd, die niet tot rechtmatig verblijf hebben geleid. Uit de arresten inzake Ergat, Cetinkaya, Derin en Polat volgt dat een Turks staatsburger, die als kind toestemming heeft gekregen om in het kader van gezinshereniging het grondgebied van een lidstaat binnen te komen en die het recht van vrije toegang tot elke arbeid in loondienst van zijn keuze heeft verkregen krachtens artikel 7, eerste alinea, tweede streepje, van Besluit 1/80, het recht op verblijf in de lidstaat van ontvangst, dat samenhangt met het recht op vrije toegang, slechts in twee situaties verliest. Vast staat dat eiser het grondgebied van de lidstaat Nederland gedurende langere tijd heeft verlaten. Ook indien de rechtbank eiser volgt in de stelling dat het hem als minderjarig kind van Turkse ouders, dat verblijfsrecht ontleent aan Besluit 1/80, niet kan worden toegerekend dat hij zijn ouders naar Turkije is gevolgd, laat dit onverlet dat eiser geen gegronde redenen heeft opgegeven voor het feit dat hij de lidstaat Nederland gedurende langere tijd heeft verlaten. Eiser heeft nadat hij meerderjarig was geworden nog zeker vierenhalf jaar in Turkije verbleven, zonder dat hij hiervoor een afdoende verklaring heeft kunnen geven. Niet is gebleken dat eiser pogingen heeft ondernomen om eerder naar Nederland terug te keren. Eiser kan aldus geen rechten meer ontlenen aan Besluit 1/80, zodat verweerder voor de ongewenstverklaring niet heeft hoeven toetsen aan het gemeenschapsrechtelijk openbare ordecriterium, maar terecht heeft getoetst aan het nationale recht. Voor het (subsidiaire) standpunt van eiser dat het nuttig effect van het associatierecht vereist dat ook ten aanzien van personen die in het verleden als associatiegerechtigde zijn aangemerkt maar wier verblijfsrecht op grond van Besluit 1/80 verloren is gegaan, toch op grond van het gemeenschapsrechtelijke openbare ordecriterium moeten worden beoordeeld, bestaan geen aanknopingspunten. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat ongewenstverklaring van eiser strijd oplevert met artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft bij afweging van alle betrokken belangen - waarbij onder meer rekening is gehouden met de zeer langdurige verblijfsduur van 31 jaar, waarvan 15 jaar legaal, het feit dat eiser in Nederland is geboren en hier is ingeburgerd en het feit dat hij van 2001 - 2007 langdurig in een verblijfsrechtelijke procedure heeft verbleven -, aan de belangen die zijn gediend bij handhaving van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten meer gewicht kunnen toekennen dan aan de individuele belangen van eiser. Volledig bericht Rechtspraak – LJN: BV2654
 (Bron: Nieuwsberichten Migratierecht.nl 2012/177)


« Terug naar overzicht nieuws

Nieuwsbrief

Vul hieronder uw e-mailadres in en wij informeren u over de ontwikkelingen op ScherpinBestuursrecht.

      Social Media

Image3
                                                       Scherp in Bestuursrecht

Image1

Image2

OpMaat_Mobiel
app met de Nederlandse wet- en regelgeving


Tip van de maand

Bestuursrecht en ICT   
 
Image8