Uitrijden drijfmest in Natura 200-gebied is geen bestaand gebruik en verslechtert kwaliteit beschermd gebied
Natuur.30-01-2012
Bij besluit van 8 juli 2010 hebben G van Noord-Holland geweigerd handhavend op te treden tegen het zonder een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 uitrijden en injecteren van drijfmest in het Natura 2000-gebied "Eilandspolder". In beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.
De Stichting heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen het zonder vergunning uitrijden of injecteren van drijfmest in het Natura 2000-gebied "Eilandspolder". Bij het bestreden besluit heeft het college de bezwaren tegen de afwijzing van dat verzoek ongegrond verklaard, omdat het de handelingen als bestaand gebruik in de zin van artikel 19d, lid 3 van de Natuurbeschermingswet 1998 aanmerkt en derhalve niet vergunningplichtig acht.
De Stichting betoogt dat het uitrijden of injecteren van drijfmest in het gebied geen bestaand gebruik in de zin van de Natuurbeschermingswet 1998 is, omdat bemesting van het gebied na de kavelruil van eind oktober 2005 is toegenomen en geïntensiveerd.
Ter zitting heeft het college te kennen gegeven dat het zijn standpunt, dat het uitrijden van drijfmest in het gebied "Eilandspolder" bestaand gebruik is, heeft verlaten. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid.
Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling ziet geen aanleiding te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Daarbij is in aanmerking genomen dat het uitrijden van drijfmest in het Natura 2000-gebied een activiteit is die de kwaliteit van het beschermde habitattype veenmosrietland kan verslechteren. Ingevolge [%WR Natuurbeschermingswet 1998ART 19d|artikel 19d, lid 1 van de Natuurbeschermingswet 1998%] is voor deze activiteit derhalve een vergunning nodig. Het standpunt van het college dat het niet voor de hand ligt en niet wenselijk is om bemesting op incidentele en individuele basis via vergunningverlening te reguleren, maakt dit niet anders. Door zonder vergunning drijfmest in het Natura 2000-gebied "Eilandspolder" uit te rijden, wordt gehandeld in strijd met [%WR Natuurbeschermingswet 1998ART 19d|artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 19985], zodat het college ter zake handhavend kan optreden.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
Van concreet zicht op legalisatie is niet gebleken. Voor het uitrijden van drijfmest in het gebied is geen vergunning aangevraagd. De activiteit is voorts niet opgenomen in een ter inzage gelegd (ontwerp-)beheerplan of in een (concept-)programma ter vermindering van de stikstofdepositie (PAS), zodat er nog geen concreet zicht is op de toepasselijkheid van de in [%WR Natuurbeschermingswet 1998ART 19d|artikel 19d, lid 2 van de Nbw 1998%] en [%WR Natuurbeschermingswet 1998ART 19kh|artikel 19kh, lid 5 van de Natuurbeschermingswet 1998%] vermelde uitzonderingen. Ook voor het overige is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college mag weigeren gebruik te maken van zijn bevoegdheid om handhavend op te treden.
Bron: OpMaat_Omgevingsrecht
« Terug naar overzicht nieuws



