Toepassing 6:13 Awb , ABRvS 25 januari 2012, zaaknummer 201004560/1/T1/
Staats- en Bestuursrecht.01-02-2012
Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan is beroep ingesteld. De gemeenteraad stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat de beroepsgrond ten aanzien van het verzoek tot verruiming van het bouwvlak in beroep voor het eerst wordt aangevoerd. De Afdeling overweegt dat ingevolge art. 8.2, lid 1 Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met art. 6:13 Awb door een belanghebbende slechts beroep kan worden ingesteld tegen het besluit dat vaststelling van een bestemmingsplan voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, voorschriften of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij ter zake geen zienswijze naar voren heeft gebracht. Nu appellant in de zienswijze verzocht heeft om de aanduiding “intensieve veehouderij” op zijn perceel van toepassing te verklaren, hetgeen een wijziging van de bedrijfsvoering impliceert, acht de Afdeling ook de beroepsgrond ten aanzien van het verzoek tot verruiming van het bouwvlak, in verband met omzetting van het bedrijf, ontvankelijk.
(Bron: PB-Nieuws 2012/4)
« Terug naar overzicht nieuws



