Schadevergoeding, ABRvS 20 januari 2012, zaaknummer 2011057917/1/H2
Staats- en Bestuursrecht.26-01-2012
Het college betoogt dat het ten onrechte door de rechtbank is veroordeeld tot betaling van een aanvullende vergoeding van € 10.000,00 in verband met de hoge omvang van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand die appellant heeft gemaakt in de beroepsprocedures met betrekking tot het dwangsombesluit. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder andere op 17 oktober 2007, zaaknummer 200700778/1, NJB 2007, 2095), moet uit de plaats en strekking van art. 8:75 Awb worden afgeleid dat hiermee een exclusieve mogelijkheid aan de bestuursrechter wordt geboden om een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van een beroep heeft gemaakt. Voor zover aan het verzoek om schadevergoeding ten grondslag is gelegd dat in de onderscheiden beroepsprocedures door de rechtbank niet de volledige bedragen aan proceskosten voor vergoeding in aanmerking zijn gebracht, laat dat derhalve onverlet dat, gelet op de exclusieve regeling van de proceskostenveroordeling zoals neergelegd in art. 8:75 Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor een aanvullende vergoeding van proceskosten langs de weg van een zuiver schadebesluit geen plaats is, zodat het college het verzoek in zoverre terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
(Bron: PB-Nieuws 2012/3)
« Terug naar overzicht nieuws



