Relativiteitsvereiste, ABRvS 18 januari 2012, zaaknummer 201108526/1/H2
Staats- en Bestuursrecht.30-01-2012
Appellant werkt sinds 11 juli 2003 op een boorplatform. Aanvankelijk verbleef hij gedurende de verlofperiodes op basis van toeristenvisa in Nederland. Zijn laatste visum was geldig tot 29 augustus 2008. In verband met een wijziging van het beleid heeft hij op 20 november 2007 om verlening van een verblijfsvergunning voor "doorbrengen verlof in Nederland" verzocht. Bij besluit van 11 januari 2008 is die aanvraag afgewezen. Bij besluit van 2 februari 2009 is aan appellant alsnog een verblijfsvergunning voor “doorbrengen van verlof in Nederland” verleend. Appellant heeft verzocht om vergoeding van schade, omdat hij van 29 augustus 2008 tot 1 maart 2009 zijn arbeid niet heeft kunnen verrichten. De Afdeling overweegt dat het beschikken over een arbeidsplaats op een boorplatform, als gesteld, vereist is om voor verlening van een verblijfsvergunning voor het doorbrengen van verlof in Nederland in aanmerking te kunnen komen, niet betekent dat die verblijfsvergunning er toe strekt om het beschikken over een arbeidsplaats op een boorplatform mogelijk te maken of tot bescherming van vermogensrechtelijke belangen. De rechtbank heeft volgens de Afdeling terecht overwogen dat het zogenoemde relativiteitsvereiste aan verplichting tot vergoeding van schade, als door appellant verzocht, in de weg staat.
(Bron: PB-Nieuws 2012/3)
« Terug naar overzicht nieuws



