Milieuvergunning tankstation naast school en wordt nog voldaan aan Bevi?
Milieu, Externe veiligheid.23-01-2012
Bij besluit van 25 januari 2011 hebben B&W van Harlingen het verzoek van de Stichting en MAH om met toepassing van artikel 8.25, lid 1 van de Wet milieubeheer de bij besluit van 8 oktober 1990 aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kuwait Petroleum (Nederland) B.V. krachtens de Hinderwet verleende vergunning voor een tankstation inclusief de opslag en verkoop van LPG aan de Stationsweg 8 te Harlingen in te trekken voor zover het de LPG-activiteiten betreft, opnieuw afgewezen. In beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.
Het college heeft, kort weergegeven, tot uitgangspunt genomen dat ontoelaatbaar nadelige gevolgen bestaan wanneer niet wordt voldaan aan de in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (hierna: de Revi) opgenomen afstandseisen voor bestaande LPG-tankstations waarmee wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar (hierna: de afstandstabel). Bij de vaststelling van de afstand moet op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de Revi worden gemeten tot de grens van het gebied dat bestemd is voor het verblijf van minderjarigen indien het object een school is. Dit uitgangspunt is niet in geschil.
Het geschil beperkt zich in deze procedure tot de beoordeling van de vraag of de aangelegde strook gras bestemd is voor het verblijf van minderjarigen. Het antwoord hierop is bepalend voor de vraag of al dan niet wordt voldaan aan de volgens de afstandstabel aan te houden afstand van 25 m.
Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2007 in zaak nr. 200607929/1 overweegt de Afdeling dat bij de beoordeling van de vraag of de aangelegde strook gras bestemd is voor het verblijf van minderjarigen, de feitelijke situatie doorslaggevend is. Het college stelt zich op het standpunt dat de aangelegde strook gras - anders dan de fietsenstalling en het bijbehorende toegangspad - naar zijn aard niet bestemd is voor het verblijf van minderjarigen. De omstandigheid dat het voor de minderjarige scholieren van de school fysiek niet onmogelijk is om de grasstrook te betreden, maakt dat volgens het college - anders dan de Stichting en MAH betogen - niet anders.
Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college dit standpunt terecht ingenomen. Gelet hierop mocht het college oordelen dat ten tijde van het bestreden besluit aan de afstandseis van 25 m werd voldaan, zodat er gelet op het door hem gehanteerde uitgangspunt geen aanleiding bestond om de vergunning voor het tankstation, zover het de LPG-activiteiten betreft, in te trekken. Het beroep is ongegrond.
Bron: OpMaat_Omgevingsrecht
« Terug naar overzicht nieuws



