Bestemmingsplan en wezenlijk anders plan; Onvoldoende onderzoek geschiktheid begraafplaats
Ruimtelijke ordening.10-02-2012
Bij besluit van 28 april 2011 heeft de raad van de gemeente Groesbeek het bestemmingsplan "Kerkebos" vastgesteld. In beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.
Het plan maakt de ontwikkeling van een natuurbegraafplaats in het Kerkebos van de Heilig Landstichting planologisch mogelijk. De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van dit bos dienen behouden te blijven. De raad heeft met dit plan beoogd een extensieve begraafplaats mogelijk te maken waarbij, in tegenstelling tot een reguliere begraafplaats, weinig graven per hectare komen.
Bij het bestreden besluit heeft de raad het plan gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Binnen het plandeel met de bestemming "Bos", dat vrijwel het gehele plangebied omvat, heeft de raad bij de vaststelling van het besluit een functieaanduiding "specifieke vorm van bos - natuurbegraafplaats" (hierna: "sbo-nbp") opgenomen. Deze functieaanduiding is gelegd over het gehele plandeel met uitzondering van een strook van maximaal 15 meter rond de aan de Cenakelweg gelegen woningen. Voorts maakt het plan bebouwing ten behoeve van de natuurbegraafplaats mogelijk.
Bestemmingsplan en wezenlijk anders plan (r.o. 2.3.4)
[Appellanten] bestrijden het plan voor zover het gewijzigd is vastgesteld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Zij wensen de vaststelling van het plan conform het ontwerpbestemmingsplan.
[Appellanten] betogen ten eerste dat het plan niet op de wettelijk voorgeschreven wijze tot stand is gekomen. Zij voeren aan dat ten onrechte niet de mogelijkheid is geboden zienswijzen naar voren te brengen over een ontwerp van dit gewijzigde plan. Dit had volgens hen wel gemoeten nu de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan niet van ondergeschikte aard zijn.
De raad stelt dat de gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp is gebleven binnen de grenzen van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). De natuurbegraafplaats is een extensieve begraafplaats die het hoofdkarakter van de bestemming "Bos", zoals reeds opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, overeind heeft gelaten, zodat de wijziging van ondergeschikte aard is, aldus de raad. Voorts heeft de raad aan [appellanten] gelegenheid geboden om een standpunt omtrent de wijziging naar voren te brengen. Verder stelt de raad bij de voorbereiding van zowel het ontwerpbestemmingsplan als bij de gewijzigde vaststelling overleg te hebben gevoerd met betrokken bestuursorganen en diensten.
Ingevolge artikel 3.8, lid 1 van de Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing en kan een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de raad naar voren brengen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in haar uitspraken van 3 juli 2002 in zaak nr. 200106150/1 en van 15 juni 2011 in zaak nr. 200904454/1/R3) kan de raad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen.
De Afdeling overweegt dat de wijziging betrekking heeft op vrijwel het gehele plangebied en een oppervlakte heeft van ongeveer vier hectare. Voorts beperkt noch de begripsbepaling van de natuurbegraafplaats in artikel 1, lid 1.25, van de planregels, noch enige andere bepaling in de planregels, de mogelijkheden van de begraafplaats tot slechts een extensieve begraafplaats, mede gelet op de omstandigheid dat de begripsomschrijving geen objectieve criteria bevat die toegepast kunnen worden bij de beantwoording van de vraag of sprake is van afbreuk aan cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Verder strekt de mogelijkheid die artikel 3, lid 3.2, onder 3.2.1, van de planregels voor bebouwing geeft zich uit over de gehele bestemming "Bos" en niet slechts ter plaatse van de functieaanduiding "sbo-nbp", zodat bebouwing mogelijk is tot op de perceelsgrens van de woningen aan de Cenakelweg. De Afdeling ziet derhalve aanleiding voor het oordeel dat de afwijking van het ontwerp naar aard en omvang zodanig groot is dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld. Het plan is derhalve in zoverre vastgesteld in strijd met artikel 3.8, lid 1 van de Wro.
Onvoldoende onderzoek geschiktheid begraafplaats (r.o. 2.4.2)
Voorts betogen [appellanten] dat het bosperceel ongeschikt is als natuurbegraafplaats. Hiertoe voeren zij aan dat met name asverstrooiingen bodem- en watervervuiling tot gevolg zullen hebben. Vervuild water zal ten gevolge van de helling van het terrein naar hun tuin vloeien en schade toebrengen aan hun gezondheid.
Op grond van hetgeen [appellanten] naar voren hebben gebracht acht de Afdeling het niet onaannemelijk dat het risico bestaat dat door regenval as kan uitspoelen en naar hun tuin kan vloeien. Hierbij neemt zij in aanmerking dat het Kerkebos op een helling is gelegen die ten dele afloopt in de richting van het perceel van [appellanten]. Gelet hierop had het op de weg van de raad gelegen om nader onderzoek te verrichten naar de geschiktheid van het gebied als begraafplaats en plaats voor asverstrooiingen, naar de mogelijke gezondheids- en milieurisico's daarvan en naar eventuele maatregelen die getroffen dienen te worden om de gevolgen ter plaatse en in de omgeving te voorkomen, dan wel te beperken. De raad heeft evenwel nagelaten zodanig onderzoek te doen. De Afdeling ziet derhalve aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. De raad heeft aldus gehandeld in strijd met artikel 3:2 van de Awb.
Bron: OpMaat_Omgevingsrecht
« Terug naar overzicht nieuws



