Beroep op vertrouwensbeginsel faalt
Milieu, Staats- en Bestuursrecht.20-01-2012
Bij besluit van 2 december 2010 hebben B&W van Heusden geweigerd aan [belanghebbende] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen voor het oprichten en in werking hebben van een rundveehouderij op het perceel [locatie] te Drunen. In beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.
[Appellant] betoogt dat, gelet op de lange periode tussen het indienen van de aanvraag op 23 juli 2002 en het bestreden besluit en het feit dat de activiteiten van de inrichting met medeweten van het college al die tijd doorgang hebben gevonden, het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gevraagde vergunning zou worden verleend.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, in haar uitspraak van 26 november 2008 in zaak nr. 200801122/1, is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. De lange periode tussen het indienen van de aanvraag en het bestreden besluit en het feit dat het college op de hoogte was van de voortgang van de activiteiten van de inrichting gedurende deze periode, kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. De beroepsgrond faalt.
Bron: OpMaat_Omgevingsrecht
« Terug naar overzicht nieuws



