Sdu UitgeversScherp in Bestuursrecht linkedinScherp in Bestuursrecht twitterRSS Contact Home

Nieuws


Beantwoording Kamervragen over stages voor illegaal in Nederland verblijvende jongeren

Migratie en naturalisatie.
23-01-2012

Antwoorden van minister Kamp (SZW), mede namens minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (OCW), op vragen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over stages voor illegaal in Nederland verblijvende jongeren. Tevens de antwoorden op vragen van de Kamerleden Van der Ham en Koşer Kaya (beide D66) over ontbrekende voorzieningen voor leerlingen zonder verblijfsvergunning die op stage moeten. Enkele vragen zijn hierna opgenomen. Vraag 2: Kan de regering uitgebreid ingaan op de vraag waarom een praktijksimulatie voor illegale kinderen geen mogelijkheid biedt om toch een praktijkelement tijdens de scholingsperiode te bieden? Antwoord 2: Zoals uw Kamer reeds is bericht bij brief van 14 oktober 2011 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2010- 2011, 32 144, nr. 9) is het kabinet van mening dat leervormen binnen een mbo-instelling, zoals een praktijksimulatie, geen alternatief kunnen zijn voor de beroepspraktijkvorming als onderdeel van een mbo-opleiding. De beroepspraktijkvorming bij een erkend leerbedrijf moet een substantieel onderdeel van elke mbo-opleiding te zijn. Het aanleren van praktijkvaardigheden en een beroepshouding binnen een leerbedrijf bevordert een vloeiende overgang tussen de beroepsopleiding en de latere beroepsuitoefening op de arbeidsmarkt. Een leervorm binnen een mbo-instelling kan nu eenmaal niet hetzelfde contextrijke onderricht in de praktijk bieden aan de mbo-student als de daadwerkelijke (commerciële) praktijk binnen een erkend leerbedrijf. Aan dit wezenlijke onderdeel van het beroepsonderwijs wil het kabinet derhalve niet tornen. Het is voor mbo-instellingen ook praktisch onmogelijk om praktijksimulaties in te richten die qua inhoud van de beroepspraktijkvorming voldoende vergelijkbaar zijn. Bovendien zou een keuze voor praktijksimulatie als vervanging voor de stage in het bedrijfsleven impliceren dat het beschikbare aanbod aan stageplaatsen een minder goede indicator wordt voor de arbeidsmarktrelevantie van de betreffende opleiding. Vraag 3: De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast of er andere mogelijkheden zijn om een stage of soortgelijke activiteit aan te bieden tijdens de scholingsperiode. Antwoord 3: Zoals uit het antwoord op vraag 2 blijkt, is het voor het karakter van het beroepsonderwijs essentieel dat de beroepspraktijkvorming wordt gevolgd bij een erkend leerbedrijf. Daarom zijn er geen voldoende vergelijkbare alternatieven binnen een mbo-instelling in te richten. Vraag 4: De leden van de VVD-fractie wijzen erop dat op grond van artikel 28 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind ieder kind recht heeft op onderwijs. Deze leden vragen hoe de regering aankijkt tegen de situatie van een kind, dat illegaal in Nederland verblijft en onderwijs geniet in Nederland, indien dat kind de leeftijd van achttien jaar bereikt. Welke rechten en plichten heeft deze – dan meerderjarige – persoon op dat moment? Antwoord 4: Indien de illegaal in Nederland verblijvende vreemdeling voor zijn achttiende levensjaar aan een opleiding is begonnen, mag hij ingevolge de Koppelingswet ingeschreven blijven bij de onderwijsinstelling. Evenwel creëert het volgen van onderwijs geen verblijfsrechten. Vraag 5: Naar aanleiding van genoemde brief hebben de leden van de PvdA-fractie meerdere vragen. Is het juridisch mogelijk om praktijkonderwijs in de vorm van het lopen van stage in het bedrijfsleven aan te merken als onderwijs of “arbeid in het kader van onderwijs”, om op die manier te voorkomen dat het praktijkonderwijs als arbeid wordt aangemerkt en daarmee onder de werking van de Wav valt? Zo nee, is het juridisch mogelijk om daarvan in (of vanwege) bijzondere omstandigheden, zoals in het geval van illegale kinderen, af te wijken? Kan de regering de antwoorden toelichten? Vraag 6: Kan het probleem met de Wav worden ondervangen door een speciaal pasje voor illegale kin deren, die voor hun achttiende jaar aan een mbo-opleiding zijn begonnen, te introduceren, waarmee een leerling kan aantonen dat een leerling een bepaalde opleiding volgt, en dat enkel in het kader van het afronden van die opleiding een stage wordt gelopen? Vraag 7: Zijn er geen andere alternatieven voor een tewerkstellingsvergunning mogelijk, zoals een stageovereenkomst of leervergunning tussen leerling, school en stagebedrijf? Antwoord 5, 6 en 7: Het kabinet acht het onwenselijk om het mogelijk te maken dat mensen die illegaal in Nederland verblijven op legale wijze arbeid kunnen verrichten. Het lopen van stage is arbeid in de zin van de Wav, onafhankelijk van de wijze waarop het lopen van stage juridisch wordt vormgegeven. Vraag 8: De leden van de PvdA-fractie zijn, gelet op de inhoud van de brief van 14 oktober 2011, van mening dat daaruit blijkt dat het strafbaar stellen van illegaliteit tot gevolg kan hebben dat er vaker inbreuk zal kunnen worden gemaakt op het recht op onderwijs. Acht de regering deze inbreuken gerechtvaardigd? Antwoord 8: Het kabinet pleegt geen inbreuk op de uitoefening van het recht op onderwijs van illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen. Hij respecteert de internationale verdragen, en is zelfs ruimhartiger omdat op grond van internationale verdragen het recht op onderwijs slechts tot de achttiende verjaardag is gewaarborgd. Kinderen die hun opleiding voor hun achttiende levensjaar zijn begonnen en die nog niet zijn verwijderd uit Nederland, worden door de instelling ook ingeschreven als zij achttien jaar zijn geworden, maar de opleiding nog niet hebben afgerond. Het kabinet staat echter niet toe dat de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) niet wordt nageleefd doordat deze vreemdelingen die hier niet rechtmatig verblijven arbeid verrichten, waaronder stages. Vraag 9: Waarom is de regering van mening dat de bestrijding van illegaal verblijf de voorrang verdient boven het waarborgen van het recht op onderwijs voor alle kinderen? De leden van de PvdA-fractie voelen zich gesteund door de recente aanbeveling van de Raad van Europa over de rechten van kinderen, die niet rechtmatig in de lidstaten van de Raad van Europa verblijven. De Raad van Europa beveelt aan om stage lopen voor niet-rechtmatig verblijvende kinderen mogelijk te maken. Wat is de reactie van de regering op deze aanbeveling? Antwoord 9: Voor het antwoord op vraag 9 wordt verwezen naar het antwoord op vraag 8. Het kabinet wijst er voorts op dat de aanbevelingen van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa niet juridisch bindend zijn, doch dat het richtlijnen betreffen. Vraag 10: De leden van de PvdA-fractie zijn niet onder de indruk van het argument van de regering dat het aanpassen van de Wav om het stage lopen voor illegale kinderen mogelijk te maken, niet past in de geest van het regeerakkoord. Kan de regering dit nader toelichten? Waarom zou de strafbaarstelling van illegaliteit botsen met het enkel mogelijk maken van stage lopen door illegale kinderen zodat illegaal verblijvende kinderen als invulling van hun recht op onderwijs hun opleiding volwaardig kunnen afronden? Deze leden vragen de regering om bij de beantwoording te betrekken dat de handhaving van de strafbaarstelling illegaliteit zich naar de mening van minister voor Immigratie en Asiel enkel richt op criminele en overlastgevende illegalen. Deelt de regering de mening van de leden van de PvdA-fractie dat daar in het geval van kinderen, die hun opleiding met een stage willen voltooien, totaal geen sprake van is? Antwoord 10: Dit kabinet heeft in het regeer- en gedoogakkoord de ambitie uitgesproken om de problemen die zijn ontstaan als gevolg van de immigratie gedurende de laatste decennia aan te pakken: “Ombuiging, beheersing en vermindering van de immigratie zijn geboden en urgent gelet op de maatschappelijke problematiek. Verwezenlijking hiervan behoort tot de primaire doelstellingen van het te voeren kabinetsbeleid.” Het regeer- en gedoogakkoord bepalen dan ook dat het terugkeer- en uitzetbeleid wordt aangescherpt en dat illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld. Het is de bedoeling van dit kabinet dat eenieder die illegaal in Nederland verblijft, zo snel mogelijk Nederland verlaat. Indien dit niet gebeurt op vrijwillige basis, dan dient uitzetting te volgen. In het licht van deze doelstellingen past het niet om rechten toe te kennen of te verruimen voor vreemdelingen die hier illegaal verblijven. Dit zou het geval zijn als het aan deze groep wordt toegestaan legale arbeid te verrichten zoals omschreven in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). (2011Z19684) Vraag 1: Wat is uw reactie op het oprichten van het zogenaamde «stoutfonds», dat boetes wil vergoeden van werkgevers die leerlingen zonder verblijfsvergunning stage laten lopen? (Stoutfonds voor boetes stagiaires, telegraaf.nl 30 september) Antwoord 1: Ik vind het ongepast dat personen of instellingen wetsovertreding uitlokken door het vergoeden van boetes. Hierdoor wordt de schending van democratisch tot stand gekomen regels bevorderd. Vraag 2: Bent u zich ervan bewust dat deze ludieke actie voortkomt uit onvrede over de trage voortgang inzake het wettelijk regelen van de positie van jongeren die stage moeten lopen, maar het niet kunnen vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning? Vraag 3: Wanneer wordt dit vraagstuk door u ter hand genomen en opgelost? Wanneer kan de Kamer de voorstellen hiertoe verwachten? Antwoord 2 en 3: Het kabinet zal geen voorstellen indienen om het mogelijk te maken dat jongeren die illegaal in Nederland verblijven stage kunnen lopen. Het kabinet wil het niet mogelijk maken dat mensen die illegaal in Nederland verblijven op legale wijze arbeid kunnen verrichten als voorzien in de Wet arbeid vreemdelingen. Links Beantwoording Kamervragen over stages voor illegaal in Nederland verblijvende jongeren (Bron: Nieuwsberichten Migratierecht.nl 2012/66)


« Terug naar overzicht nieuws

Nieuwsbrief

Vul hieronder uw e-mailadres in en wij informeren u over de ontwikkelingen op ScherpinBestuursrecht.

      Social Media

Image3
                                                       Scherp in Bestuursrecht

Image1

Image2

OpMaat_Mobiel
app met de Nederlandse wet- en regelgeving


Tip van de maand

Pluk de vruchten van de interne markt
Europees beleid als kans voor decentraal beleid
   
 
Image7